3 voordelen van het toepassen van de draad in het speciaal onderwijs

Terug naar het overzicht

 

De draad is een methode die al veel wordt toegepast in de gehandicaptenzorg. De methode is echter ook heel bruikbaar in het (speciaal) onderwijs. De draad helpt de leerkracht, die geen antwoord (meer) heeft op problematisch gedrag van een leerling, nieuwe ideeën op te doen voor de ondersteuning van die leerling. Geen-antwoord-meer-weten leidt namelijk tot stress en handelingsverlegenheid bij leerkrachten met als gevolg dat ze het gedrag van de cliënt proberen te “beheersen”. En dit helpt helemaal niet en kan zelfs tot allerlei escalaties leiden. In deze blog lees je enkele voordelen van het gebruik van de draad in het speciaal onderwijs.

 

De methode

‘De draad’ is een indeling van de ontwikkeling in een aantal stappen, vrij vertaald in type draden. Anders dan in ontwikkelingspsychologie gaat het daarbij niet alleen om de ontwikkelingsfasen bij het kind zelf, maar om de verbondenheid met zijn of haar opvoeders. De draad’ is dus een metafoor voor verbinding en hechting. Ontwikkeling is immers het samenspel tussen een volwassene en een kind. Opvoeding is als een draad die ontwikkelt tussen een opvoeder en een kind. Hoe trekt de opvoeder de draad naar het kind, hoe neemt het kind de draad op en gaat het vanuit de draad groeien en ontwikkelen? Het is een model van ontwikkelings(ortho)pedagogie.

De draad werd in Vlaanderen ontwikkeld door Gerrit Vignero. De (theoretische) modellen die ten grondslag liggen aan de daad zijn het model voor emotionele ontwikkeling van Anton Došen en de methode Heijkoop.

De toepassing van de draad in het speciaal onderwijs heeft een aantal voordelen:

 

1. Aansluiten bij emotioneel ontwikkelingsniveau

Volgens de theorie van het Triun Brain van Paul Maclean, ontstaan eerst de hersenstructeren die verantwoordelijk zijn voor fysiologische functies en voor opwinding en ontspanning (de hersenstam) en daarna de hersenstructeren die zorgen voor de basale emoties (plezier, angst, woede en sociale interesse). Later ontstaan pas de hersenstructuren die verantwoordelijk zijn voor de cognitieve functies. Daaruit trekken sommige auteurs de conclusie dat de emotionele ontwikkeling aan de basis ligt van cognitieve ontwikkeling. Bij kinderen met een ontwikkelingsbeperking kan het emotionele ontwikkelingsniveau lager zijn dat het cognitieve ontwikkelingsniveau. Als er binnen het speciaal onderwijs geen aandacht wordt besteed aan de emotionele ontwikkeling dan kan het kind zich cognitief ook niet optimaal ontwikkelen. Daarnaast vergroot een discrepantie tussen het emotioneel en cognitief ontwikkelingsniveau volgens Anton Došen de kans op probleemgedrag en psychiatrische stoornissen.

De methode de draad geeft de leerkracht en klassenassistenten handvatten om kinderen te ondersteunen in hun emotionele ontwikkeling.

 

2. Mentaliserend vermogen vergroten

In de interactie tussen leerkracht en leerling kunnen verschillende stressoren een rol spelen. Als de stress te hoog oploopt bij de leerling, bijvoorbeeld omdat hij of zij zich niet gehoord voelt of zijn of haar probleem niet wordt opgelost, dan neemt het problematisch gedrag alleen maar in ernst toe. Als de stress bij de leerkracht vervolgens ook te hoog oploopt, dan komt hij of zij in een overlevingsstand te staan en zal hij of zij proberen uit alle macht greep te krijgen op het gedrag van de leerling. De leerkracht komt niet meer aan mentaliseren toe. Te veel stress verstoort de zelfregulatie bij de leraar en daarmee de executieve functies en het adequaat probleem oplossen.

De methode de draad laat de leerkracht even afstand nemen van de dagelijkse werkelijkheid, waardoor de stress een kleinere rol gaat spelen, er ruimte komt voor mentaliseren en het maken van een analyse van het probleemgedrag, voor reflectie en voor het bedenken van adequate, perspectief biedende oplossingen. De analyse van het problematische gedrag leidt tot het verklaren en begrijpen van dat gedrag. Het inzicht in het ontstaansmechanisme van het problematische gedrag maakt het de leerkracht mogelijk zijn of haar eerdere negatieve, op overleven en beheersen gerichte benadering te vervangen door een positieve, sensitief-responsieve houding ten opzichte van de leerling.

 

3. Hulpmiddel bij gesprek

De draad is uitgewerkt in een aantal treffende beelden (type draden) die de ontwikkelingsfase en de daarbij behorende emotionele basale behoeften inzichtelijk maken. Zo wordt bijvoorbeeld een tekening van  “de draad trekken” gebruikt om de eerste fase (adaptatiefase) te verbeelden waarin ouders een (hechtings)relatie met het kind opbouwen. Het beeld van “de hechte draad” wordt bijvoorbeeld gebruikt om de tweede fase (1e socialisatiefase) aan te duiden waarin er een hechtingsrelatie is ontstaan.

De treffende beelden en metaforen geven ouders en leerkrachten een gezamenlijk referentiekader bij het voeren van gesprekken over een leerling. Voor ouders is het onmiddellijk herkenbaar in welke fase hun kind zich bevindt en wat het kind nodig heeft.

 

Wil je meer horen over de draad in het speciaal onderwijs?

FORTIOR organiseert in samenwerking met Gerrit Vignero een studiedag over de toepassing van de draad in het speciaal onderwijs. Tijdens deze studiedag komen ook de ervaringen van Shanna Visser (orthopedagoog) en Nynke Jongsma (Intern begeleider) aan bod. Zij gebruiken de draad in hun onderwijspraktijk. Lees meer over de studiedag>>

 

Meer lezen over de draad:

Vignero, G. (2011). De draad tussen cliënt en begeleider. De emotionele ontwikkeling als inspiratiebron in de begeleiding van personen met een verstandelijke beperking. Antwerpen/Apeldoorn: Garant. ISBN 978-90-441-2809-3. Bekijk dit boek hier>>

Vignero, G. (2015). De draad tussen ouder en kind: Voor een gewone en buitengewone opvoeding. Antwerpen: Garant. Bekijk dit boek hier>>

Vignero, G. (2017). Ontwarring en ordening van de draad. Verbindend werken met cliënten met probleemgedrag. Antwerpen/Apeldoorn: Garant. Bekijk dit boek hier>>

Vignero, G. (2017). De draad als inspiratiebron voor het werken met thema’s uit de emotionele ontwikkeling. In: De Bruijn, J., Vonk, J., van den Broek, A., & Twint, B. (red.). (2017). Handboek emotionele ontwikkeling en verstandelijke beperking. Amsterdam: Boom. 261-276. Bekijk dit boek hier>>

 

literatuur

Došen, A. (2014). Psychische stoornissen, probleemgedrag en verstandelijke beperking. Een integratieve benadering bij kinderen en volwassenen. Assen: Koninklijke Van Gorcum BV. (vijfde herziene druk).

Heijkoop, J. (1995). Vastgelopen. Anders kijken naar de begeleiding van mensen met een verstandelijke handicap met ernstige gedragsproblemen. Baarn: Nelissen.

Heijkoop, J. (2015). Ontdekkend kijken. Basisboek methode Heijkoop. Heusden: Heijkoop-Academy.

Vignero, G. (2017). Ontwarring en ordening van de draad. Verbindend werken met cliënten met probleemgedrag. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van nieuwe trainingen en ontwikkelingen

Aanmelden nieuwsbrief