Terug naar het overzicht

Wetenschappelijk onderzoek naar de methode Floortime

Floortime Aantal keer bekeken: 1207 views

De Floortime methode voor kinderen met autisme (en andere ontwikkelingsproblemen) werd ontwikkeld door de Amerikanen Stanley Greenspan en Serena Wieder. Al enkele jaren werken een aantal Nederlandse instellingen en ouders met de methode. De ervaringen zijn positief. Maar kan ook objectief worden aangetoond dat de Floortime methode effectief is? GZ-psycholoog Ad van den Broek zet in deze blog de resultaten uit verschillende wetenschappelijke onderzoeken op een rij.

 

Schep een goede leeromgeving

Evenals bij andere relatiegerichte methoden is het bij de Floortime methode de bedoeling, dat de ouder of professional een leeromgeving schept voor het speciale kind waarin het zich zo goed mogelijk kan ontplooien. De ouder of professional doet dit door contact te maken met het kind en sensitief en responsief te reageren op het kind. Responsief reageren houdt in, dat de ouder of professional alle communicatieve uitingen van het kind, verbaal of via lichaamstaal, als waardevol beschouwt en daarop antwoordt. De antwoorden van de ouders of professionals dienen zoveel mogelijk aan te sluiten bij wat het kind zegt of wil zeggen. Greenspan gebruikt hiervoor het beeld van de communicatiecirkels en raadt aan die cirkels zolang mogelijk aan de gang te houden. Mahoney & Perales (2006) onderscheiden een aantal dimensies in responsief reageren zoals wederkerigheid, expressie en warmte in de relatie en afstemming van de communicatie op hoe het kind is.

 

Sensitief reageren hangt nauw samen met responsief reageren. Sensitief reageren benadrukt meer de invoelende kant van de relatie en de communicatie; het gaat dan om aspecten als openstaan voor de gevoelens, belevingen en emoties van het kind, tonen van de eigen gevoelens, belevingen, emoties en meeleven met het kind.

 

De leeromgeving wordt bij Floortime gekenmerkt door het rekening houden met de sensorische informatieverwerking van het kind en het aan sluiten bij het niveau van het kind. De ouder of professional sluit niet alleen in de communicatie, maar ook bijvoorbeeld in het spelen aan bij het initiatief, de belangstelling en het spelniveau van het kind en realiseert zo die gewenste leeromgeving. Soms moeten er enkele concrete zaken geregeld worden om een optimale leeromgeving te creëren, zoals tijd vrij maken om met je kind te spelen of het voorkomen van storingen (zoals telefoon uitzetten).

 

Floortime kan de hele dag door en in allerlei situaties toegepast worden. Speelse obstructie bv. is een leuke manier om het kind uit te lokken en om de sociale communicatie te bevorderen.

 

Gaan de kinderen door Floortime vooruit?

In het artikel “Doet Floortime wat we verwachten?” staat een samenvatting van de evaluatie die Greenspan en Wieder in 1997 hebben geschreven naar aanleiding van 200 behandelingen. Bijna driekwart van de kinderen waren in meerdere of mindere mate vooruit gegaan. Die vooruitgang betrof onder meer hun sociaal gedrag, communicatie en verbeelding. Nadien zijn er meerdere studies verschenen die de effectiviteit van Floortime bij kinderen met autisme onderzochten.

 

In 2007 verscheen het artikel van Solomon, Necheles, Ferch & Bruckman. Hierin worden de resultaten beschreven van het PLAY Project Home Consultation (PPHC) programma bij 68 kinderen met ASS. Dat programma is gebaseerd op het DIR-model De ouders van deze kinderen speelden 15 uur per week gedurende 8 tot 12 maanden. Iets minder dan de helft (45,5 %) van de kinderen gingen goed tot heel goed vooruit op de FEAS. FEAS staat voor Functional Emotional Assessment Scale. De FEAS is een observatie-instrument waarmee ingeschat kan worden in welke ontwikkelingsfase het kind zit.

 

In Thailand deden Pajareya en Nopmaneejumrusiers (2011) een studie met een controlegroep, waarin ouders thuis drie maanden lang gemiddeld 15,2 uur per week met hun kind speelden. Op de FEAS, de CARS en de Functional Emotional Questionaires ging de behandelgroep significant beter vooruit. De CARS, Childhood Autisme Rating Scale, is een observatie-instrument waarmee symptomen van ASS in kaart kunnen worden gebracht. In de follow-up studie een jaar later bleek, dat 47% van de 34 kinderen die tot het eind aan het onderzoek deelnamen, goed vooruit waren gegaan en 23% redelijk.

 

Casenhiser, Shanker en Stieben vermelden in hun artikel van maart 2013 voorlopige resultaten van gerandomiseerde controlestudie waaraan 51 kinderen met ASS deelnamen. Wanneer gezinnen therapie en coaching kregen, was de vooruitgang in sociale interactie groter dan bij gezinnen die die therapie en coaching niet kregen.

 

De vermelde studies geven aan, dat Floortime een effectieve methode is om kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling. Omdat ook uit andere studies blijkt, dat responsieve ouders heel goed in staat zijn hun kinderen vooruit te helpen, kan dus gesteld worden, dat oudertraining zin heeft. Ingersoll en Dvortcsak schrijven in hun boek Trainen van sociaal-communicatieve vaardigheden bij kinderen met een autismespectrumstoornis, dat oudertraining als een basisinterventiestrategie beschouwd moet worden (pag. 20). Dat is een mooie conclusie die de positie van ouders in de hulpverlening verstevigt. Het is ook een conclusie die de waarde van de ontwikkelingsgerichte responsieve ondersteuningsstijl onderstreept. En dat betekent volgens de schrijver van dit blogartikel, dat die stijl ook voor professionals een must is!

 

Tot slot

De percentages kinderen die goed vooruit waren gegaan, liggen in de bovenvermelde studies lager dan het percentage dat Greenspan en Wieder vonden (58% goed tot uitstekend). Waar komt dat door? Dat is vooralsnog onduidelijk. De eerste vraag is of de criteria voor “goed”, “zeer goed” en “voortreffelijk” in al die studies dezelfde zijn. Een andere vraag is of in de bovenvermelde onderzoeken het percentage kinderen met een goede prestatie hoger had kunnen zijn, net zo hoog als dat van Greenspan en Wieder bijvoorbeeld: “Waarom gaat ruwweg de helft van de kinderen goed vooruit en de andere helft redelijk tot beperkt?” Deze vraag wordt beantwoord in een van de volgende blogartikelen over Floortime.

 

Meer leren over FloorPlay?

FORTIOR organiseert een inleidende en verdiepende studiedag over FloorPlay. FloorPlay is een methode gericht op jonge kinderen (0 t/m 7 jaar) met ontwikkelingsproblemen, zoals autisme of een verstandelijke beperking. De methode is gebaseerd op het gedachtegoed van Stanley Greenspan. Greenspan ontwikkelde de zogenaamde Floortime-methode en het DIR-model. Daarnaast heeft FloorPlay elementen uit het Play-project van Rick Solomon overgenomen. In dit Amerikaanse programma worden ouders getraind om hun kinderen intensieve spelbegeleiding te kunnen geven.

Lees meer over de studiedag FloorPlay in theorie en praktijk >>

 

Literatuur:
Casenhiser, Shanker en Stieben. (2013). Learning through interaction in children with autism: Preliminary data from a social-communication-based intervention. Autism, 17/2 pag 220-241.
Greenspan, S. I.,Wieder, S. & Simons, R. (2003). Als uw kind speicale aandacht nodig heeft. Intellectuele en emotionele groei stimuleren. Utrecht/Antwerpen: Kosmos-Z&K uitgevers.
Ingersoll, B. & Dvortcsak, A. (2013). Trainen van Sociaalcommunicatieve vaardigheden bij kinderen met een autismespectrumstoornis. Leuven/Den Haag: Acco (Bewerkt door H. Roeyers e.a.).
Pajareya, K. & Nopmaneejumrusiers, K. (2011). A one-year prospective follow-up study of a DIR/Floortime parent training intervention for pre-school children with autistic spectrum disorders. J Med Assoc Thai, 95/9, 1184-1193.
Solomon, R., Necheles, J., Ferch, C. & Bruckman, D. (2007). Pilot study of a parent training program for young children with autism: the Play Project Home Consultation program. Autism, 11, 205-24.

Geïnteresseerd in meer artikelen zoals deze?
Blijf dan op de hoogte via onze nieuwsbrief.

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van nieuwe trainingen en ontwikkelingen

Aanmelden nieuwsbrief