Terug naar het overzicht

Diagnostiek van gehechtheid: cursus over de afname en scoring van de Attachment Story Completion Task (ASCT)

Tweedaagse praktijkgerichte cursus over ASCT
2 dagdelen
18 nov 2021
Plaats
03 feb 2022
Plaats
Fysiek
Accreditatie
Inschrijven

DOCENTEN: Jolien Zevalkink en Dinanda Zevalkink (bij bijeenkomst over afname)
INHOUD: een  praktijkgerichte cursus van twee dagdelen over het afnemen en scoren van de ASCT
TIJDSDUUR: op 18 november 2021 en 3 februari 2022 van 9:30 tot 13:00
LOCATIE: Utrecht
DOELGROEP: pedagogen, psychologen en psychodiagnostische werkenden die met de ASCT willen gaan werken.
ACCREDITATIE:  is toegekend door Registerplein voor psychodiagnostisch werkenden, NIP K&J / NVO OG (geldt ook voor SKJ) en FGzPt.
INVESTERING: 315,- p.p. inclusief koffie en thee. De verplichte literatuur is bij de prijs inbegrepen. FORTIOR is vrijgesteld van BTW.

De Attachment Story Completion Task (ASCT: in Nederlands gehechtheidsverhalen) maakt gehechtheidsrepresentaties zichtbaar die kinderen over zichzelf en anderen hebben gevormd. De test bestaat uit een aantal basisverhaaltjes (‘story stems’) en een vooropgezette scène met poppetjes en andere attributen. Elk verhaaltje bevat een specifiek conflict of dilemma dat gaat over een situatie die het gehechtheidssysteem activeert, zoals angst, pijn, uitsluiting en ruzie. De ASCT is ontwikkeld door Bretherton en collega’s om in kaart te brengen hoe kinderen in de verhaaltjes omgaan met de gepresenteerde conflicten en emoties en op basis daarvan een relatie te leggen met hun interne werkmodellen over gehechtheid. Het is te gebruiken als onderdeel van een volgsysteem bij de behandeling van 4- tot 10-jarige kinderen. Tevens is het te gebruiken bij adolescenten en volwassenen met een verstandelijke beperking (mentale leeftijd 4 tot 10 jaar). De volledige set bestaat uit negen verhaaltjes. Psychometrisch onderzoek toonde aan dat een set van vijf verhaaltjes eveneens een betrouwbare afnameset kan zijn. De afname van vijf verhaaltje duurt ongeveer 20 minuten en negen verhaaltjes ongeveer 30 minuten. Van de afname maakt de testleider een opname om na afloop de verhaaltjes enigszins samenvattend op te schrijven, te scoren en te interpreteren.

 

Vrijwillig traject na afloop cursus om betrouwbare codeur te worden

In het tweede deel van de cursus leer je de ASCT te scoren. Daarmee kun je de uitslag klinisch interpreteren. Je kunt na de cursus een stap verder gaan en leren de ASCT betrouwbaar te coderen. Dit is op basis van vrijwilligheid, het is dus niet verplicht. Om een betrouwbare codeur te worden, dien je twee huiswerkpakketten in te leveren. Let op: het maken en inleveren van de huiswerkpakketten vallen buiten de cursus. Het goed onder de knie krijgen van het coderen van de ASCT vraagt om een behoorlijke tijdsinvestering. Docent Jolien Zevalkink zal de huiswerkopdrachten buiten FORTIOR om begeleiden.  Je ontvangt geen extra accreditatiepunten voor het maken van het huiswerk.

 

Accreditatie

Bovenaan deze pagina en onder de tab “accreditatie” lees je welke accreditaties worden aangevraagd door FORTIOR. Heb je een andere accreditatie nodig dan bij deze scholing staat vermeld? Stuur dan een bericht naar inschrijvingen@fortior.info met de vraag of de gewenste accreditatie kan worden aangevraagd. FORTIOR zal je dan expliciet laten weten of de accreditatie wel of niet zal worden aangevraagd.

 

Fysieke of online bijeenkomsten

Omdat er tijdens de eerste cursusdag veel geoefend wordt met de afname van de ASCT, kan deze bijeenkomst alleen fysiek plaatsvinden. De tweede bijeenkomst over scoring kan indien gewenst wel online worden bijgewoond.

Bij de organisatie van de fysieke bijeenkomst houdt FORTIOR zich aan de richtlijnen van het RIVM die op dat moment gelden. We vragen van jou als deelnemer dat jij je ook aan deze richtlijnen houdt.

Wil je de tweede bijeenkomst online bijwonen? Dan kun je dat het beste op tijd doorgeven. De materialen mogen namelijk niet digitaal worden verstrekt, ze worden vooraf per post opgestuurd.

De inhoud van de cursus

De training bestaat uit twee dagdelen. In de eerste bijeenkomst leer je de ASCT op een gestandaardiseerde manier af te nemen. Het tweede dagdeel focust op het bekend worden met de scoring aan de hand van het Little Piggy Narrative story stem Coding manual en de bijbehorende codeerformulieren. Na afloop van het tweede dagdeel en het bestuderen van de uitgereikte literatuur is het mogelijk om met een klinische blik de verhaaltjes inhoudelijk te beoordelen en tot een klinische interpretatie te komen over de kwaliteit van de gehechtheidsrepresentatie van het kind. Je krijgt na afloop van de cursus gelegenheid om via twee huiswerkpakketten een betrouwbare codeur te worden volgens het Little Piggy Coding System. (Het maken en inleveren van de huiswerkpakketten is op basis van vrijwilligheid. Het huiswerk valt buiten deze cursus en voor het inleveren van het huiswerk krijg je geen (extra) accreditatiepunten)

 

Wat heb je aan het eind van de cursus geleerd?

  1. Je kunt uitleggen wat het doel en belangrijkste kenmerken van de ASCT zijn.
  2. Je begrijpt welke zaken relevant zijn om de ASCT op een betrouwbare manier af te nemen.
  3. Je hebt geleerd wat jouw valkuilen zijn tijdens het oefenen in het gestandaardiseerd afnemen van de ASCT.
  4. Je hebt kennisgemaakt met de schalen en zeven categorieën (o.a. vermijding, kind representaties) van het Little Piggy Coding System (LPCS) waarmee de ASCT gescoord wordt.
  5. Je begrijpt op welke aspecten je kunt letten voor een klinische interpretatie van de gehechtheidsverhaaltjes van de ASCT.
  6. Je kunt beslissen of je via de huiswerkpakketten een betrouwbare codeur wilt worden van de ASCT.

 

Toetsing

Aan het eind van de eerste en de tweede bijeenkomst krijgen de cursisten een online multiple choice toets. De uitslag van de eerste toets wordt tijdens de tweede bijeenkomst besproken. De resultaten van de tweede toets kun je direct op je scherm zien.

In verband met de toetsing is het lezen van de opgegeven literatuur (zie tab met literatuur) verplicht.

 

Studiebelasting & voorbereiding

Kennis over gehechtheidsclassificaties en diagnostiekervaring in een klinische setting zijn vereist om aan de cursus te kunnen meedoen. Het lezen van de opgegeven literatuur geeft voldoende kennis over gehechtheidsclassificaties.

De studiebelasting van deze cursus bestaat de 7 contacturen tijdens de cursus met daarbij de tijd die men nodig heeft voor het lezen van de verplichte literatuur (=7 uur). De geschatte studiebelasting is 14 uur.

 

 

Doelgroep

Kennis over gehechtheidsclassificaties en diagnostiekervaring in een klinische setting zijn vereist om aan de cursus te kunnen meedoen. Het lezen van de opgegeven literatuur geeft voldoende kennis over gehechtheidsclassificaties.

De cursus is bedoeld voor orthopedagogen, psychologen en psychodiagnostisch werkenden in een eigen praktijk, een zorgorganisatie voor mensen met een verstandelijk beperking, het onderwijs, GGZ en de forensische zorg.

Accreditatie

Accreditatie is toegekend door:

  • Registerplein voor psychodiagnostisch werkenden voor 6,5 punten
  • Accreditatiebureau NIP K&J / NVO OG voor 7 punten
  •  FGzPt voor 7 punten

Accreditatie SKJ
Indien accreditatie wordt toegekend door het NIP/NVO dan wordt deze overgenomen door het SKJ. Deelnemers die accreditatie nodig hebben van het SKJ kunnen hun certificaat uploaden in hun portfolio.

 

Certificaat en invoeren presentie

FORTIOR reikt aan het eind van de dag certificaten uit. Op het certificaat staan de accreditaties en hun ID-nummers vermeld.

Voor sommige registers van beroepsverenigingen, zoals bij NIP K&J / NVO OG, kwaliteitsregister Paramedici, KNGF, Register Vaktherapie en Registerplein, voert FORTIOR de presentie in. Hiervoor hebben wij het nummer nodig waarmee je in het register bent ingeschreven.

Als FORTIOR geen nummer van je heeft, dan kan de presentie niet worden ingevoerd. Zorg er dus voor dat je correcte nummer bekend is bij FORTIOR!

 

 

Dr. Jolien Zevalkink

Jolien Zevalkink is ontwikkelingspsycholoog en sociaal antropoloog. Sinds november 2012 is ze docent (klinische) ontwikkelingspsychologie op de Vrije Universiteit Amsterdam.

Haar belangstelling gaat vooral uit naar ontwikkelingspsychopathologie met de nadruk op onveilige gedesorganiseerde gehechtheid, het effect van therapeutische interventies en de invloed van gezinskenmerken op het ontstaan van psychologische problematiek. Daarbij heeft vooral de internaliserende problematiek van kinderen en adolescenten, zoals angst en depressie, haar aandacht. Tevens is zij betrokken geweest bij het ontwikkelen van mentaliseren bevorderende therapie voor kinderen. Dit betreft een interventie die in boekvorm is verschenen (J.E. Verheugt-Pleiter, M.G.J. Schmeets, J. Zevalkink. (2010). Mentaliseren in de kindertherapie. Leidraad voor de praktijk. Assen: Koninklijke Van Gorcum B.V.), waarvan ook een vertaling voor de Engelstalige markt beschikbaar is.

Jolien is auteur van verschillende artikelen op het gebied van ontwikkelings- en klinische psychologie. Ze is een erkend codeur van verschillende diagnostische instrumenten voor gehechtheid. Voor de NPI-reeks heeft zij bij verschillende uitgaven in de redactie gezeten en zij is tevens (co)auteur van hoofdstukken uit deze vaktherapeutische boeken.
Bekijk de docent

Dinanda Zevalkink

Dinanda Zevalkink is gezondheidszorgpsycholoog en orthopedagoog. Ze is sinds 1990 werkzaam in verschillende functies binnen de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.

Haar belangstelling gaat vooral uit naar het ontwikkelingsverloop van mensen in relatie met hun omgeving. Hoe zie je de mens met een verstandelijke beperking, waar en hoe verloopt de ontwikkeling anders, hoe sluit je aan en waar moet je meer doen om een persoon in evenwicht te brengen in diens context? Daarbij is het nodig om een heldere visie te hebben en kennis over hechting, trauma en psychopathologie. Ze heeft zich een breed instrumentarium aan methoden en diagnostische kennis eigen gemaakt om creatief en passend bij de situatie, interventies in te zetten.

In 2000 heeft ze voor het eerst kennis gemaakt met prof. Anton Došen, bij de cursus Psychopathologie bij verstandelijk gehandicapte kinderen, verzorgd door de PAO. Dit heeft een basis gelegd voor het verder werken met kinderen en jongeren met ernstig probleemgedrag en psychische stoornissen.

Ze staat nog midden in de praktijk, is betrokken bij directe cliëntenzorg, geeft therapie (Oplossingsgerichte therapie, EMDR), is bezig met beleidsontwikkeling, is supervisor en geeft les bij verschillende organisaties. Naast dat zij persoonlijk plezier beleeft aan het opleiden van mensen, ziet ze dat mensen de opgedane kennis toepassen in de praktijk en dat er een bewustwordingsproces op gang komt. Dat verhoogt de professionaliteit van de medewerker alsmede diens autonomie, welke van belang zijn in dit werkveld dat een groot beroep doet op de persoon van de professional.

Sinds november 2016 is ze werkzaam als orthopedagoog A/ opleider bij Frion.
Bekijk de docent

PROGRAMMA BIJEENKOMST 1:

Ochtend
09:30

Introductie ASCT

09:35

Afnameregels: algemeen

09:45

Afname bespreken: eerste vier verhaaltjes

10:15

Afname bespreken: vijf verhaaltjes

11:00

Pauze

11:15

Afname oefenen in groepjes

12:45

Plenaire nabespreking

13:00

Afsluiting + maken online toets

PROGRAMMA BIJEENKOMST 2

 
Ochtend
09:30

Bespreking eindtoets afname

09:45

Introductie scoringssysteem + coherentie

09:55

Scoring van de schalen: vermijding en kindrepresentaties

11:00

Pauze

11:15

Scoring van de schalen: volwassen representaties, agressie en desorganisatie

12:15

Scoring van de schalen: spanning/angst, coherentie

12:45

Plenaire nabespreking

13:00

Afsluiting + maken online toets

 

Verplichte literatuur

Literatuur voor bijeenkomst over afname:

  • Verheugt-Pleiter, J. E., & Zevalkink, J. (2005). Gehechtheidsverhalen van een Floddertje en een mevrouw Helderder: Theoretische vragen bij de diagnostiek van regulatietstoornissen. In M. G. J. Schmeets, & J. E. Verheugt-Pleiter (Red.), Affectregulatie bij kinderen: Een psychoanalytische benadering (pp. 73-91). Assen: Van Gorcum.
  • Woolgar, M. (1999). Projective doll play methodologies for preschool children. Child Psychology & Psychiatry Review, 4(3), 126-134.
  • Zevalkink, J. (2005). Het meten van gehechtheidsrepresentaties bij basisschoolleerlingen: Gehechtheidsverhalen in de klinische praktijk. Kind En Adolescent, 26(4), 352-367.
  • Zevalkink, J., & Verheugt-Pleiter, J. E. (2005). Gehechtheidsverhalen van een Floddertje en een mevrouw Helderder: De diagnostiek van gehechtheid en regulatiestoornissen bij latentiekinderen. In M. G. J. Schmeets, & J. E. Verheugt-Pleiter (Red.), Affectregulatie bij kinderen: Een psychoanalytische benadering (pp. 92-113). Assen: Van Gorcum.

 

Literatuur voor bijeenkomst Scoring & klinische interpretatie:

  • Ammaniti, M., Speranza, A.M., & Fedele, S. (2005). Attachment in infancy and in early and late childhood: A longitudinal study. In K.A. Kerns & R.A. Richardson, Attachment in middle childhood (pp. 115-136). New York: The Guilford Press.
  • Hodges, J., & Steele, M. (2000). Effects of abuse on attachment representations: narrative assessments of abused children. Journal of Child Psychotherapy, 26(3), 433-455.
  • Warren, S. L. (2003) Narratives in risk and clinical populations. R. N. Emde, D. P. Wolf, D. Oppenheidm (Eds.), Revealing the inner worlds of young children: The MacArthur story stem battery and parent-child narratives (pp. 222-239) Oxford: Oxford University Press.
  • Warren, S. L., Emde, R. N., & Sroufe, L. A. (2000). Internal representations: predicting anxiety; from children’s play narratives. Am. Acad. Child Adolescent Psychiatry, 39, 100-107.
  • Warren, S. L., Oppenheim, D., & Emde, R. N. (1996). Can emotions and themes in children’s play predict behavior problems? Am. Acad. Child Adolescent Psychiatry, 34, 1331-1337.
  • Zevalkink, J. (2012). Gehechtheidsproblematiek en intergenerationele overdracht in de therapie. Tijdschrift Cliëntgerichte Psychotherapie, 50 (2), 114-127.

 

Aanbevolen literatuur Scoring

  • Ammaniti, M., Speranza, A.M., & Fedele, S. (2005). Attachment in infancy and in early and late childhood: A longitudinal study. In K.A. Kerns & R.A. Richardson, Attachment in middle childhood (pp. 115-136). New York: The Guilford Press.
  • Hodges, J., & Steele, M. (2000). Effects of abuse on attachment representations: narrative assessments of abused children. Journal of Child Psychotherapy, 26(3), 433-455.
  • Warren, S. L. (2003) Narratives in risk and clinical populations. R. N. Emde, D. P. Wolf, D. Oppenheim (Eds.), Revealing the inner worlds of young children: The MacArthur story stem battery and parent-child narratives (pp. 222-239) Oxford: Oxford University Press.

 

 

De cursus vindt plaats in:

Vergadercentrum Vredenburg
Vredenburg 19,
3511 BB Utrecht

De locatie ligt op vijf minuten lopen vanaf station Utrecht Centraal.

Voor de locatie kan niet worden geparkeerd. De dichtstbijzijnde parkeergarages zijn La Vie, Paardenveld of Vredenburg. Let op! Parkeren in Utrecht is duur op deze website vindt tips voor goedkoper parkeren in Utrecht

 

 

 

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van nieuwe trainingen en ontwikkelingen

Aanmelden nieuwsbrief