Overslaan en naar de inhoud gaan Overslaan en naar de footer gaan Overslaan en naar de navigatie gaan

Een pictogram is zichtbaar. Maar is het ook begrijpelijk?

jongen met verstandelijke beperking aan een tafel. Hij doet een werkje. Naast hem staat een begeleister die meekijkt.
65 keer bekeken

Begrijpelijke communicatie begint niet bij het communicatiemiddel, maar bij de betekenis die de cliënt eraan kan geven.

Een begeleider laat een cliënt het pictogram van een beker zien. Het is bijna tijd voor koffie. De cliënt kijkt naar het plaatje, maar komt niet in beweging. Wanneer de begeleider het pictogram nog eens aanwijst, draait de cliënt zijn hoofd weg. Even later ontstaat er spanning.

De boodschap was toch duidelijk? Er werd niet alleen gesproken, maar ook een afbeelding gebruikt. Toch is het de vraag of de cliënt werkelijk heeft begrepen wat de begeleider wilde vertellen.

In de ondersteuning van mensen met autisme en een verstandelijke beperking gebruiken we vaak pictogrammen, foto's, voorwerpen, dagschema's en stappenplannen. Deze hulpmiddelen kunnen veel houvast bieden. Maar visuele communicatie is niet automatisch begrijpelijke communicatie. Ook een afbeelding vraagt dat iemand verschillende verbanden kan leggen.

 

Een afbeelding begrijpen vraagt meer dan herkennen

Om het pictogram van een beker te begrijpen, moet iemand allereerst herkennen wat erop staat. Vervolgens moet die persoon begrijpen dat de afbeelding niet alleen een beker voorstelt, maar verwijst naar een activiteit: straks gaan we koffie drinken. Ook moet duidelijk zijn wat er nu van hem of haar wordt verwacht.

Dat zijn meerdere denkstappen achter elkaar. Voor professionals voelen die vaak vanzelfsprekend. Voor een cliënt met autisme en een verstandelijke beperking hoeft dat niet zo te zijn.

Soms herkent iemand de afbeelding, maar begrijpt hij niet dat deze naar iets anders verwijst. Een foto van de eettafel kan bijvoorbeeld vooral worden gezien als een foto van een plant die toevallig op de achtergrond staat. Een pictogram van een hamer betekent voor de begeleider 'we gaan naar het houtbewerkingsatelier', terwijl de cliënt alleen een hamer ziet.

De vorm van de communicatie is dan wel visueel, maar het abstractieniveau sluit niet aan bij wat de cliënt kan begrijpen.

 

Niet iedereen begrijpt verwijzingen op dezelfde manier

Bij het afstemmen van communicatie is het daarom belangrijk om niet alleen te kijken naar de gekozen vorm, maar ook naar het begripsniveau. Binnen de ComVoor-literatuur worden verschillende niveaus van betekenisverlening onderscheiden: representatie, presentatie en sensatie.

Representatieniveau
Op representatieniveau kan iemand begrijpen dat een afbeelding, woord of voorwerp verwijst naar iets wat niet direct aanwezig is. Een pictogram of foto kan dan een activiteit aankondigen.

Presentatieniveau
Op presentatieniveau ontstaat betekenis vooral door iets concreets in de betreffende situatie aan te bieden. Het gaat niet om zomaar een afbeelding of voorwerp, maar om een concreet en voor die persoon betekenisvol signaal dat nauw verbonden is met wat er gaat gebeuren.

Sensatieniveau
Op sensatieniveau krijgt communicatie vooral betekenis via herkenbare zintuiglijke ervaringen en vertrouwde routines. Een specifieke aanraking, beweging, geur, klank of vaste opeenvolging van handelingen kan duidelijk maken wat er gebeurt.

Deze niveaus zijn geen eenvoudige etiketten voor mensen. Ze helpen om nauwkeuriger te onderzoeken welke informatie iemand uit een communicatiemiddel kan halen. Dat kan bovendien per situatie en per boodschap verschillen.

 

Een concreter middel is niet vanzelf duidelijker

Wanneer een pictogram te abstract blijkt, kiezen begeleiders soms voor een foto of een voorwerp. Dat kan helpen, maar alleen wanneer duidelijk is welke betekenis de cliënt eraan geeft.

Een willekeurig kopje aanbieden om 'koffiedrinken' aan te kondigen, werkt bijvoorbeeld niet automatisch. Misschien is het voorwerp voor de cliënt alleen een kopje dat op dat moment wordt aangereikt. Misschien begrijpt hij niet dat het verwijst naar de keuken, naar een activiteit die nog moet beginnen of naar de handeling die van hem wordt verwacht.

Daarom is het belangrijk om niet alleen te vragen: welk middel gebruiken we? De betere vraag is: wat begrijpt deze persoon wanneer wij dit middel op deze manier aanbieden?

 

Meer informatie geeft niet altijd meer voorspelbaarheid

Ook de hoeveelheid informatie verdient aandacht. Een volledig dagschema lijkt overzicht en voorspelbaarheid te bieden. Maar zo'n schema veronderstelt dat iemand begrijpt dat afbeeldingen in een bepaalde volgorde staan en dat de ene activiteit eerst komt en de andere later.

Voor iemand die het principe 'eerst-daarna' niet begrijpt, kan een reeks afbeeldingen juist verwarrend zijn. Misschien ziet de cliënt de afbeelding van iets plezierigs dat pas aan het einde van de dag gebeurt en verwacht hij dat dit nu gaat beginnen. De poging om rust te bieden kan dan onbedoeld spanning veroorzaken.

Soms is één boodschap over wat er op dit moment gebeurt begrijpelijker dan een overzicht van de hele dag. Begrijpelijk communiceren betekent dus niet dat we zoveel mogelijk informatie zichtbaar maken, maar dat we precies genoeg informatie aanbieden om de volgende stap te kunnen begrijpen.

 

Is het onwil of is de boodschap niet begrepen?

Wanneer een cliënt niet reageert, blijft zitten, blokkeert of zich verzet, denken we gemakkelijk aan motivatie: hij wil niet meewerken. Maar voordat we die conclusie trekken, moeten we nagaan of onze communicatie werkelijk duidelijk was.

Dat vraagt om observeren zonder te snel in te vullen. Waar richt de cliënt zijn aandacht op? Wat doet hij nadat het communicatiemiddel is aangeboden? Herkent hij het signaal ook in een andere situatie? En blijkt uit zijn handelen dat hij de bedoelde betekenis heeft begrepen?

Niet de aanwezigheid van een pictogram, foto of voorwerp bewijst dat de communicatie passend is. De reactie van de cliënt geeft informatie over de vraag of het middel ook daadwerkelijk betekenis heeft gekregen.

 

Duidelijkheid ontstaat ook binnen het team

Een communicatiemiddel krijgt betekenis door herhaling, context en de manier waarop het wordt gebruikt. Daarom is samenhang binnen het team essentieel. Als de ene begeleider een voorwerp gebruikt om een activiteit aan te kondigen, een collega hetzelfde voorwerp tijdens de activiteit aanbiedt en een derde het helemaal niet gebruikt, wordt het voor de cliënt moeilijk om een betrouwbaar verband te leren.

Coherent communiceren betekent niet alleen dat iedereen hetzelfde pictogram gebruikt. Teamleden moeten ook afspreken wanneer, waar en op welke manier zij het aanbieden, hoeveel informatie zij tegelijk geven en welke reactie zij vervolgens van de cliënt verwachten.

Juist in die kleine details ontstaat duidelijkheid. Een goed communicatiesysteem is geen verzameling hulpmiddelen, maar een gezamenlijke en consequente manier van afstemmen.

 

Van een zichtbaar middel naar een begrijpelijke boodschap

Pictogrammen, foto's, voorwerpen en dagschema's kunnen waardevolle hulpmiddelen zijn. Maar hun waarde wordt niet bepaald door hoe duidelijk ze voor ons lijken. Het gaat erom welke betekenis de cliënt eraan kan geven.

De vraag is daarom niet alleen: hebben we onze boodschap visueel gemaakt? De vraag is vooral: hebben we haar begrijpelijk gemaakt voor deze persoon, op dit moment en in deze situatie?

Wanneer communicatie goed is afgestemd, kan zij bijdragen aan meer overzicht, zelfstandigheid en veiligheid. En soms begint die afstemming met het besef dat een cliënt niet weigert, maar dat wij nog niet duidelijk genoeg zijn geweest.

 

Vragen om in de praktijk te stellen

  • · Wat begrijpt deze persoon werkelijk van het communicatiemiddel? 
  • · Begrijpt deze persoon alleen wat er te zien is, of ook waarnaar het verwijst? 
  • · Bieden we niet meer informatie aan dan deze persoon kan overzien? 
  • · Gebruiken alle teamleden het middel op dezelfde manier? 
  • ·  Duiden we de reactie als onwil, terwijl onze boodschap misschien niet begrepen is?

 

Meer leren over begrijpelijke communicatie

Tijdens de studiedag Begrijpelijk communiceren met mensen met een verstandelijke beperking laat klinisch orthopedagoog Steven Degrieck zien hoe je communicatie afstemt op mensen met autisme en een (ernstig) verstandelijke beperking.

Je leert hoe de begripsniveaus sensatie, presentatie en representatie van elkaar verschillen, waar visuele communicatie in de praktijk kan mislopen en hoe je binnen een team een samenhangend communicatiesysteem ontwikkelt. De studiedag vindt plaats op 9 oktober 2026 in Utrecht.

Bekijk de studiedag Begrijpelijk communiceren met mensen met een verstandelijke beperking

 

Bronnen:

Verpoorten, R., Noens, I., Maljaars, J., & Van Berckelaer-Onnes, I. (2016). ComVoor-2: Voorlopers in communicatie. Hogrefe.

Noens, I., Van Berckelaer-Onnes, I., Verpoorten, R., & Van Duijn, G. (2006). The ComFor: An instrument for the indication of augmentative communication. Journal of Intellectual Disability Research, 50(9), 621–632. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/16901289/   

Noens, I., & Van Berckelaer-Onnes, I. A. (2005). Captured by details: Sense-making, language and communication in autism. Journal of Communication Disorders, 38(2), 123–141. https://doi.org/10.1016/j.jcomdis.2004.06.002

Degrieck, S. (2016). Autisme en tijdsbesef: Tijd verhelderen met het 10-stappenplan. LannooCampus.


 

Blijf op de hoogte van nieuwe trainingen, ontwikkelingen en onze informatieve artikelen