Overslaan en naar de inhoud gaan Overslaan en naar de footer gaan Overslaan en naar de navigatie gaan

SEO V²: emotionele ontwikkeling inschatten met de verkorte schaal

Contactgericht Ondersteunen
24201 keer bekeken

Gedrag begrijpen begint met zicht krijgen op wat iemand nodig heeft. Dat is niet altijd eenvoudig. Wat iemand cognitief begrijpt of praktisch kan, zegt namelijk niet automatisch iets over wat diegene emotioneel aankan.

De Schaal voor Emotionele Ontwikkeling – Verkort² (SEO‑V²) helpt professionals om het emotionele ontwikkelingsniveau van kinderen en volwassenen in kaart te brengen. De uitkomsten geven inzicht in de emotionele behoeften, draagkracht en belevingswereld van een persoon. Dat kan helpen om gedrag beter te begrijpen en begeleiding of behandeling beter af te stemmen.

In deze blog lees je wat de SEO‑V² is, hoe de schaal wordt afgenomen, wat er is veranderd ten opzichte van de oorspronkelijke SEO‑V en hoe de SEO‑V² zich verhoudt tot de SEO‑R².

 

Waarom is inzicht in emotionele ontwikkeling belangrijk?

Mensen ontwikkelen zich op verschillende gebieden. Denk bijvoorbeeld aan de cognitieve, sociale, lichamelijke en emotionele ontwikkeling. Deze ontwikkelingsgebieden hangen met elkaar samen, maar hoeven niet gelijk op te lopen.

Iemand kan bijvoorbeeld veel begrijpen en over goede praktische vaardigheden beschikken, maar bij spanning of onzekerheid emotioneel terugvallen op behoeften die passen bij een eerdere ontwikkelingsfase. Wanneer begeleiders vooral uitgaan van wat iemand cognitief begrijpt of praktisch kan, bestaat het risico dat zij onvoldoende rekening houden met wat iemand emotioneel aankan.

Andersom kan ook onderschatting ontstaan. Dan krijgt iemand minder ruimte, verantwoordelijkheid of autonomie dan passend is.

Zowel over- als onderschatting kan leiden tot spanning, onzekerheid en gedrag dat voor de omgeving moeilijk te begrijpen is. Inzicht in emotionele ontwikkeling helpt om andere vragen te stellen:

  • Wat heeft deze persoon nodig om zich veilig te voelen?
  • Hoeveel nabijheid of juist ruimte is passend?
  • Welke verwachtingen sluiten aan bij de emotionele draagkracht?
  • Hoe kan iemand worden geholpen bij het reguleren van spanning en emoties?
  • Welke ondersteuning stimuleert ontwikkeling zonder te overvragen?

De SEO‑V² geeft geen kant-en-klaar antwoord op al deze vragen. De schaal kan wel een belangrijk onderdeel vormen van bredere integratieve beeldvorming. De uitkomsten helpen om gedrag niet alleen te beoordelen op wat zichtbaar is, maar ook te onderzoeken wat eronder kan liggen.

 

De ontwikkelingsdynamische benadering van Anton Došen

De Schalen voor Emotionele Ontwikkeling zijn gebaseerd op het werk van psychiater Anton Došen. Hij liet zien dat emotionele ontwikkeling een belangrijke dimensie vormt binnen de persoonlijkheidsontwikkeling van mensen met een verstandelijke beperking.

Binnen de ontwikkelingsdynamische benadering wordt gedrag bekeken vanuit verschillende dimensies, waaronder biologische, psychologische, sociale en ontwikkelingsgerichte factoren. Deze dimensies beïnvloeden elkaar. Moeilijk verstaanbaar gedrag of psychische problemen kunnen daarom meestal niet vanuit één oorzaak worden verklaard.

De emotionele ontwikkeling verdient binnen deze brede beeldvorming een eigen plaats. Ze geeft informatie over de manier waarop iemand zichzelf, anderen en de omgeving beleeft. Ook zegt ze iets over de behoefte aan veiligheid, nabijheid, autonomie, begrenzing en ondersteuning bij emotieregulatie.

Het doel is niet om iemand terug te brengen tot een ontwikkelingsfase of referentieleeftijd. Een inschatting is vooral bedoeld om beter te begrijpen welke emotionele behoeften op de voorgrond staan en welke ondersteuning daarbij past.

 

Wat is de SEO‑V²?

De SEO‑V² is een diagnostisch instrument waarmee het emotionele ontwikkelingsniveau van kinderen en volwassenen kan worden beoordeeld. De schaal is ontwikkeld voor mensen met een verstandelijke beperking, ongeacht de ernst daarvan. De SEO‑V² is ook geschikt voor mensen die niet of nauwelijks met gesproken taal communiceren.

Daarnaast kan de schaal worden gebruikt bij mensen met psychische of psychiatrische problematiek. De SEO‑V² vindt toepassing binnen verschillende sectoren, waaronder:

  • de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking;
  • de geestelijke gezondheidszorg;
  • de jeugdzorg;
  • het speciaal en buitengewoon onderwijs;
  • de ouderenzorg;
  • de forensische zorg.

De uitkomsten kunnen bijdragen aan het begrijpen van de belevingswereld, emotionele behoeften en het gedrag van een persoon. Dat is in het bijzonder waardevol wanneer iemand zelf moeilijk onder woorden kan brengen wat er vanbinnen gebeurt.

De schaal kan worden ingezet bij vragen over moeilijk verstaanbaar gedrag of psychische problemen. Ook kan de SEO‑V² helpen bij het formuleren van passende ondersteuning, bejegening of behandeling.

 

Van de SEO‑V naar de SEO‑V²

De eerste Nederlandse SEO‑V verscheen in 2017. De schaal kwam voort uit internationale samenwerking binnen NEED: het Network of Europeans on Emotional Development. Experts uit verschillende Europese landen werkten samen aan een verkorte schaal die zowel bruikbaar zou zijn in de klinische praktijk als in wetenschappelijk onderzoek.

Tijdens het gebruik van de oorspronkelijke SEO‑V ontstond behoefte aan uitbreiding. De eerste versie beschreef vijf fasen, met emotionele referentieleeftijden tot ongeveer twaalf jaar. Daardoor ontbraken de emotionele behoeften en ontwikkelingstaken die passen bij de vroege adolescentie.

In december 2024 verscheen daarom de vernieuwde Nederlandse SEO‑V². De belangrijkste verandering is de toevoeging van fase 6: sociale individuatie. Deze fase heeft een emotionele referentieleeftijd van twaalf tot achttien jaar.

Door deze uitbreiding kan de schaal beter worden toegepast bij adolescenten en bij mensen van wie het emotionele functioneren zich op een hoger niveau bevindt. Ook biedt de toevoeging meer mogelijkheden om de emotionele ontwikkeling te onderzoeken bij mensen met psychische of psychiatrische problematiek zonder verstandelijke beperking.

De SEO‑V² bevat niet alleen nieuwe items voor fase 6. In de vernieuwde handleiding is ook actuele informatie opgenomen over de ontwikkeling, toepasbaarheid en psychometrische onderbouwing van de schaal.

De Nederlandstalige SEO‑V² is van Filip Morisse, Leen De Neve, Els Ronsse, Paula Sterkenburg, Jolanda Vonk en Sandra Zaal. De uitgave is gebaseerd op de Duitstalige SEED‑2: Skala der Emotionalen Entwicklung – Diagnostik 2 van Tanja Sappok, Sabine Zepperitz, Filip Morisse, Brian Fergus Barrett en Anton Došen. Anton Došen stond mede aan de basis van de oorspronkelijke SEO‑V en wordt door de Nederlandse auteurs nog steeds als mede-auteur beschouwd.

 

De zes fasen van de SEO‑V²

De SEO‑V² beschrijft zes opeenvolgende fasen van emotionele ontwikkeling. Aan iedere fase is een emotionele referentieleeftijd verbonden:

Referentieleeftijd OntwikkelingsfaseCentrale ontwikkelopgave
0–6 maandenAdaptatieLichamelijk en emotioneel evenwicht
6–18 maandenEerste socialisatieGehechtheid, vertrouwen en veiligheid
18–36 maandenEerste individuatieAutonomie ontwikkelen vanuit veilige verbondenheid
3–7 jaarIdentificatieEen basale identiteit ontwikkelen en zich identificeren met belangrijke anderen
7–12 jaarRealiteitsbewustwording  Zich verhouden tot de groep en zoeken naar erkenning en acceptatie
12–18 jaarSociale individuatieEen eigen identiteit, onafhankelijkheid en sociale positie ontwikkelen

 

Deze referentieleeftijden moeten zorgvuldig worden geïnterpreteerd. Ze zeggen niet dat een volwassene met een emotionele referentieleeftijd van bijvoorbeeld twee jaar hetzelfde is als een kind van twee. Een volwassene brengt immers een eigen levensgeschiedenis, lichaam, persoonlijkheid, sociale positie en verzameling ervaringen mee.

De referentieleeftijd is een hulpmiddel om bepaalde emotionele behoeften en ontwikkelingsopgaven beter te herkennen. Het is geen etiket en ook geen volledige beschrijving van de persoon.

Bovendien kan het emotionele functioneren per domein verschillen. Iemand kan op het ene gebied meer zelfstandigheid laten zien en op een ander gebied meer behoefte hebben aan nabijheid, bescherming of externe regulatie. Juist dit profiel kan belangrijke informatie opleveren voor begeleiding en behandeling.

 

De acht domeinen van de SEO‑V²

De schaal bestaat uit acht ontwikkelingsdomeinen:

  1. Omgaan met het eigen lichaam
  2. Omgaan met belangrijke anderen
  3. Omgaan met een veranderende omgeving – permanentie van object
  4. Differentiatie van emoties
  5. Omgaan met gelijken
  6. Omgaan met materiaal en activiteiten
  7. Communicatie
  8. Affectregulatie

Binnen ieder domein worden de zes fasen van emotionele ontwikkeling beschreven. Per fase zijn vijf items opgenomen die met ja of nee worden beoordeeld.

In totaal bevat de SEO‑V² daarmee 240 items: acht domeinen, met ieder zes fasen en vijf items per fase.

Door verschillende domeinen te onderzoeken, ontstaat een genuanceerder beeld dan wanneer alleen naar één algemene ontwikkelingsfase wordt gekeken. De uitkomst kan bijvoorbeeld zichtbaar maken dat iemand in de communicatie relatief zelfstandig functioneert, maar bij spanning veel ondersteuning nodig heeft bij affectregulatie.

 

Wat weten we over de wetenschappelijke onderbouwing?

De opbouw van de SEO‑V en SEO‑V² is in verschillende wetenschappelijke onderzoeken bestudeerd. Daarbij is onder meer gekeken naar de toepasbaarheid, betrouwbaarheid en validiteit van de schaal.

Onderzoek bij kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking laat zien dat de schaal bij verschillende doelgroepen kan worden toegepast. Ook zijn positieve resultaten gevonden voor de interne consistentie: de mate waarin de verschillende onderdelen van de schaal samenhangend hetzelfde onderliggende begrip meten. Daarnaast bleek in een onderzoek bij kinderen dat onafhankelijke beoordelaars in hoge mate tot dezelfde beoordeling kwamen.

Ook de validiteit is onderzocht. Daarbij is onder meer gekeken of de items daadwerkelijk onderscheid maken tussen verschillende fasen van emotionele ontwikkeling en of de opbouw van de acht domeinen wordt ondersteund door de onderzoeksgegevens. De meeste onderzochte items bleken goed onderscheid te kunnen maken tussen aangrenzende ontwikkelingsfasen. Voor een aantal items, met name binnen fase 4, bleek dit onderscheid minder duidelijk.

Verder ondersteunen onderzoeken de veronderstelling dat emotionele ontwikkeling samenhangt met andere relevante aspecten van het functioneren, maar niet simpelweg hetzelfde is als chronologische leeftijd of cognitieve ontwikkeling. Dat onderstreept waarom het belangrijk is om emotionele ontwikkeling als een afzonderlijke dimensie mee te nemen in de beeldvorming.

De resultaten bieden daarmee een wetenschappelijke basis voor het gebruik van de schaal. Tegelijkertijd vragen ze om een zorgvuldige interpretatie. De SEO‑V² is een relatief nieuwe, uitgebreide versie van de schaal. Niet al het eerdere onderzoek heeft betrekking op alle zes fasen en alle huidige items. Vervolgonderzoek naar de vernieuwde schaal blijft daarom nodig.

 

De SEO‑V² blijft in ontwikkeling

De verdere ontwikkeling van de SEO‑V² stopt niet bij de uitgave van de huidige handleiding. Nadat lopend wetenschappelijk onderzoek is afgerond, worden de items opnieuw uitgebreid beoordeeld. Op basis daarvan kunnen de psychometrische eigenschappen van de schaal verder worden verbeterd, waaronder het onderscheid tussen de afzonderlijke ontwikkelingsfasen.

Voor de toekomst staan verschillende ontwikkelingen gepland. Zo willen de onderzoekers de schaal uitbreiden met fase 7. Deze fase heeft betrekking op de emotionele ontwikkeling in de jongvolwassenheid en een referentieleeftijd van achttien tot vijfentwintig jaar. In deze levensfase spelen onder meer het innemen van sociale rollen, het aangaan van volwassen relaties en het dragen van verantwoordelijkheid een steeds grotere rol.

Daarnaast wordt onderzocht of fase 1 en fase 2 verder kunnen worden onderverdeeld. Deze fasen bestrijken nu een relatief breed gebied, terwijl juist bij mensen met een ernstige of zeer ernstige verstandelijke beperking meer differentiatie waardevolle informatie kan opleveren.

Een verfijning van deze fasen kan helpen om beter aan te sluiten bij verschillen binnen de vroege emotionele ontwikkeling. De betrouwbaarheid en validiteit van eventuele aangepaste fasen zullen vervolgens opnieuw moeten worden onderzocht.

Ook worden in toekomstig onderzoek items van de SEO‑V² vergeleken met die van de Vragenlijst Emotionele Ontwikkeling (VEO). De VEO omvat al zeven fasen.

De verdere ontwikkeling vindt plaats binnen NEED, het Network of Europeans on Emotional Development. Deze Europese onderzoeksgroep brengt wetenschappelijke kennis en ervaringen uit de praktijk bij elkaar. Zo blijft de SEO‑V² zich ontwikkelen op basis van zowel onderzoek als wat professionals in de dagelijkse zorg en behandeling nodig hebben.

 

Hoe wordt de SEO‑V² afgenomen?

De SEO‑V² dient te worden afgenomen door een professional die diagnostisch is opgeleid op het gebied van ontwikkelingspsychologie, pedagogiek of psychiatrie. Het is belangrijk dat de beoordelaar goed bekend is met het model voor emotionele ontwikkeling en met de afname, scoring en interpretatie van de SEO‑V². Bij voorkeur heeft de beoordelaar ook kennis van de SEO‑R².

De afname vindt plaats in de vorm van een semigestructureerd interview met belangrijke anderen die de persoon goed kennen. Tijdens het gesprek wordt gekeken naar concreet gedrag in verschillende dagelijkse situaties. Denk aan eten, wassen, aankleden, activiteiten ondernemen, omgaan met veranderingen en contact met belangrijke anderen of gelijken.

Gedrag mag daarbij niet los van de context worden beoordeeld. De interviewer vraagt daarom door:

  • In welke situaties komt het gedrag voor? 
  • Hoe vaak wordt het gezien? 
  • Wat ging eraan vooraf? 
  • Hoe reageert de omgeving? 
  • Is het gedrag in verschillende situaties herkenbaar? 
  • Welke invloed hebben spanning, lichamelijke klachten of veranderingen? 

De inschaling duurt volgens de handleiding ongeveer één uur. De scoring neemt daarna ongeveer vijf tot tien minuten in beslag. Bij de beoordeling wordt uitgegaan van gedrag dat gedurende de afgelopen weken is waargenomen. Welke periode precies wordt onderzocht, is afhankelijk van de setting en de vraagstelling.

De kwaliteit van de uitkomst hangt niet alleen af van het correct scoren van de items. Ook een goede voorbereiding, de keuze van informanten, de kwaliteit van het interview en een zorgvuldige interpretatie zijn belangrijk.

 

Wat kan de SEO‑V² opleveren?

Een afname van de SEO‑V² kan professionals en belangrijke anderen helpen om gedrag vanuit een ander perspectief te bekijken.

Gedrag dat in eerste instantie wordt uitgelegd als onwil, koppigheid, afhankelijkheid of gebrek aan motivatie, kan mogelijk samenhangen met onzekerheid, overvraging, een sterke behoefte aan nabijheid of moeite met het reguleren van emoties.

Dat inzicht verandert niet automatisch de situatie, maar kan wel het begin vormen van beter afgestemd handelen. Het helpt professionals bijvoorbeeld om na te denken over:

  • de nabijheid en beschikbaarheid van begeleiders;
  • de manier waarop grenzen worden gesteld;
  • de hoeveelheid structuur en voorspelbaarheid;
  • het tempo waarin veranderingen worden aangeboden;
  • de ondersteuning bij spanning en emotieregulatie;
  • de balans tussen beschermen, aansluiten en stimuleren;
  • de verwachtingen die aan iemand worden gesteld.

Zo kan de SEO‑V² bijdragen aan een gedeelde taal binnen een team. In plaats van alleen te bespreken hoe gedrag kan worden verminderd, ontstaat ruimte om samen te onderzoeken wat iemand nodig heeft.

Dat past bij een belangrijk uitgangspunt van FORTIOR: goede zorg begint met begrijpen.

 

De SEO‑V² en SEO‑R²: wat is het verschil?

De SEO‑V² en de SEO‑R² zijn beide volwaardige instrumenten voor het in kaart brengen van emotionele ontwikkeling. De ene schaal is niet simpelweg beter dan de andere. Welke schaal het meest passend is, hangt af van de vraagstelling, de complexiteit van de situatie en het doel van de afname.

De SEO‑V²:

  • omvat acht domeinen;
  • wordt afgenomen als semigestructureerd interview;
  • heeft een relatief korte afnameduur;
  • werkt met concrete items die met ja of nee worden gescoord;
  • is mede ontwikkeld voor betrouwbare toepassing in de klinische praktijk en psychometrisch onderzoek.

De SEO‑R²:

  • omvat dertien domeinen;
  • biedt meer ruimte voor een verdiepend gesprek;
  • richt zich sterk op gezamenlijke betekenisverlening;
  • brengt niet alleen kenmerken in kaart, maar ondersteunt ook het gesprek over behoeften, motivaties en de mogelijke dynamiek achter gedrag;
  • kan passend zijn wanneer een uitgebreider en meer genuanceerd assessment nodig is.

De keuze tussen beide schalen vraagt om een professionele afweging. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar de beschikbare tijd. Ook de diagnostische vraag, de complexiteit van de problematiek en de manier waarop de uitkomsten worden gebruikt, spelen een rol.

 

Een inschatting is geen eindpunt

De uitkomst van de SEO‑V² moet altijd worden bekeken in samenhang met andere informatie. Emotionele ontwikkeling is één dimensie binnen integratieve beeldvorming.

Ook lichamelijke gezondheid, psychische problemen, cognitieve mogelijkheden, communicatie, zintuiglijke informatieverwerking, gehechtheid, levensgeschiedenis en de sociale omgeving kunnen invloed hebben op gedrag en welzijn.

Daarnaast is emotioneel functioneren niet volledig statisch. Spanning, verlies, ziekte, traumatische ervaringen of veranderingen in de omgeving kunnen invloed hebben op wat iemand op een bepaald moment aankan.

Een score mag daarom nooit het hele verhaal worden. De waarde ontstaat pas wanneer de uitkomsten zorgvuldig worden geïnterpreteerd en worden vertaald naar concrete vragen voor begeleiding of behandeling:

Wat vertelt dit profiel ons over deze persoon? Wat heeft diegene nodig? En wat vraagt dit van ons handelen?

Daar ligt de werkelijke betekenis van de SEO‑V²: niet in het vaststellen van een fase op zichzelf, maar in het beter begrijpen van de persoon achter het gedrag.

 

Leren werken met de SEO‑V²

Wil je leren hoe je de SEO‑V² zorgvuldig afneemt, scoort en interpreteert? FORTIOR organiseert de online training "Het inschatten van emotionele ontwikkeling met de SEO‑V²"

Tijdens deze training leer je meer over de theoretische achtergrond van de schaal, de zes fasen en acht domeinen en de manier waarop je een afname voorbereidt en uitvoert. Ook is er aandacht voor het interpreteren van de uitkomsten en de vertaling naar afgestemde begeleiding en behandeling.

Bekijk de online training over de SEO‑V²

Meer inzicht in emotionele ontwikkeling geeft professionals meer vertrouwen en helpt hen beter afgestemd te handelen.

 

Bronnen

Morisse, F., De Neve, L., Ronsse, E., Sterkenburg, P., Vonk, J., & Zaal, S. (2024). SEO‑V²: Schaal voor emotionele ontwikkeling. Handleiding. Amsterdam: Hogrefe Uitgevers.

Morisse, F., & Došen, A. (2024). SEO‑R²: Schaal voor Emotionele Ontwikkeling van mensen met een verstandelijke beperking – Revised². Antwerpen/’s-Hertogenbosch: Gompel&Svacina.

Morisse, F., Sappok, T., De Neve, L., & Došen, A. (2017). Schaal voor Emotionele Ontwikkeling van mensen met een verstandelijke beperking – Verkort. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.

Sappok, T., Barrett, B.F., Vandevelde, S., Heinrich, M., Poppe, L., Sterkenburg, P., Vonk, J., Kolb, J., Claes, C., Bergmann, T., Došen, A., & Morisse, F. (2016). Scale of emotional development – Short. Research in Developmental Disabilities, 59, 166–175.

Vonk, J. (2021). Emotionele ontwikkeling: over basisbehoefte, draagkracht en plezier. Den Haag: Acco.

De praktische kenmerken van de SEO‑V² zijn gecontroleerd aan de hand van de officiële productinformatie van Hogrefe en het inkijkexemplaar van de handleiding.

 

Blijf op de hoogte van nieuwe trainingen, ontwikkelingen en onze informatieve artikelen