Wanneer werkt straf?

Terug naar het overzicht
Wanneer werkt straf

Mensen leren gedurende hun leven. Leren is volgens Brysbaert een “een relatief permanente verandering in gedrag of kennis ten gevolge van ervaring.” Straf wordt vaak toegepast om iets af te leren. Toch bereik je met straf niet altijd het gewenste resultaat. Hoe leren mensen? Hoe kun je straffen? En wat zijn de voorwaarden waaronder straf effectief kan zijn?

 

Over leren zijn in de loop der tijd verschillende theorieën ontwikkeld. De meeste mensen hebben wel eens gehoord van Pavlov en zijn experimenten met honden. Honden kwijlen reflexmatig bij het zien van voedsel (of zelfs de voerbak). Pavlov koppelde het geluid van een bel aan het toedienen van voer bij een hond. Na een tijdje begon de hond te kwijlen bij het horen van het bel-geluid nog voor het voer in zicht was. Dit principe heet klassieke conditionering.

 

Een ander leerprincipe is observerend leren. Mensen leren van elkaar. Onze gedragingen worden beïnvloed door de mensen om ons heen. Toch imiteert de mens niet al het gedrag dat hij ziet. De observant ziet de gevolgen van gedrag voor het model dat hij observeert. Wordt het model beloond voor zijn gedrag, dan is kans groter dat het gedrag geïmiteerd wordt. Daarnaast is ook de status van het model belangrijk. Hoe groter de status van het rolmodel, hoe groter dat kans dat zijn gedrag geïmiteerd wordt. Kinderen doen bijvoorbeeld vaak hun ouders na.

 

Een derde principe heet operante conditionering. Mensen leren van de gevolgen die hun gedrag voor hen heeft. Thorndike experimenteerde met een kat in een puzzelkooi. Een hongerige kat werd in de puzzelkooi geplaatst. Het dier kon door op een pedaal te drukken bij eten komen dat naast de kooi was geplaatst. De kat leerde – door herhaling van het experiment – steeds sneller bij het eten te komen. Bovendien liet het dier gedragingen achterwege die geen resultaat opleverde. Thorndike formuleerde op basis van dit experiment zijn wet van het effect: “responsen die voldoening gevende gevolgen teweegbrengen zullen steeds sneller herhaald worden en steeds sneller en efficiënter uitgevoerd worden, responsen die onbevredigende gevolgen teweegbrengen zullen niet herhaald worden.”

 

Mensen (kinderen) leren dus op basis van beloning en straf. (Dit principe is waarschijnlijk bekend bij iedere opvoeder.) In deze post ga ik in op het fenomeen “straf”. In de psychologie bestaat het begrip “positieve straf” en “negatieve straf. Een positieve straf is het toevoegen van iets dat onaangenaam is. Dit is bijvoorbeeld een klap, een afkeurend gezicht of het geven van een reprimande. Een negatieve straf is het afnemen van iets wat voor de persoon prettig is. Dit is bijvoorbeeld het afnemen van zakgeld of een kind een time-out geven.

 

In de praktijk blijkt straf niet zo effectief als men zou willen. (Dit geldt vooral voor een positieve straf) Er moet namelijk aan vijf voorwaarden worden voldaan om een straf effectief te laten zijn. Deze voorwaarden zijn in praktijk lastig te realiseren, ook al doe je nog zo je best.

 

Op de eerste plaats moet de straf relatief intens zijn. Als een straf niet zwaar genoeg is, onderdrukt deze het gedrag maar voor even. Na verloop van tijd verliest de straf aan kracht en kan een escalatie van straffen ontstaan. Op de tweede plaats moet een straf meteen toegepast worden nadat ongewenst gedrag heeft plaatsgevonden. Op derde plaats dient een straf consequent te zijn. Elke keer dat het ongewenste gedrag voorkomt volgt bij voorkeur een straf. Op de vierde plaats mag straf nooit geassocieerd worden met een beloning. Soms is een straf –onbedoeld- een beloning. Bijvoorbeeld door een straf krijgt een kind de aandacht waar deze op uit is. Tot slot mag straf niet leiden tot ontsnappings- en vermijdingsgedrag. De persoon moet de straf ook echt ondergaan.

 

Zoals gezegd is het in de praktijk lastig om aan alle voorwaarden voor een effectieve straf te voldoen. Pas een positieve straf dus spaarzaam toe. In sommige gevallen is het geven van een straf echter absoluut noodzakelijk. Het volgende kunt u in acht nemen als u ongewenst gedrag wilt bijsturen.

 

Een negatieve straf werkt beter dan een positieve straf. (Geef bijvoorbeeld een time-out). Dit voorkomt een escalatie van straffen. Deze vorm van straf werkt het beste als de relatie goed is. Het tijdelijk weghalen van een persoon uit een sociale situatie die de persoon leuk vindt, wordt eerder ervaren als een straf. Geef de persoon ook een alternatief voor het ongewenste gedrag. Leer de persoon niet alleen welk gedrag ongewenst is, laat de persoon ook merken welk gedrag je positief vindt.

 

In de meeste situaties bereik je meer met bekrachtiging (beloning) dan met straf. Negeer liever het gedrag dat je niet wilt zien en beloon het gedrag dat je wel wilt. In onze westerse maatschappij is dit ongebruikelijk. We reageren zelden als dingen goed gaan. (We geven onze kinderen vaak geen compliment als deze lief zitten te spelen.) We komen pas in actie als zaken fout lopen (door te straffen of te klagen). Deze handelswijze is bijzonder ineffectief want als we kijken naar de leertheorieën zien we dat gedrag dat beloond wordt eerder zal worden herhaald.

 

Meer leren over het positief stimuleren van mensen met een ontwikkelingsbeperking?

FORTIOR organiseert trainingen voor professionals in de gehandicaptenzorg. In deze trainingen wordt onder andere aandacht besteedt aan alternatieven voor een beheersmatige aanpak. Bekijk hier de scholingsagenda van FORTIOR>>

 

Bron:

Brysbaert, Marc, Psychologie, Gent, Academia Press, 2006

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van nieuwe trainingen en ontwikkelingen

Aanmelden nieuwsbrief