Sociaal adaptievermogen van mensen met een verstandelijke beperking

Terug naar het overzicht

 

Dit artikel gaat over het sociaal adaptievermogen, “een kernaspect van een verstandelijke beperking” volgens Albert Ponsioen. Door adaptatie in de naam te gebruiken wil Albert een verbinding maken met de theorie van Piaget waarin adaptatie zowel verwijst naar de aanpassing van de persoon aan de omgeving (accommodatie) als omgekeerd, het vermogen van de persoon om de omgeving aan zichzelf aan te passen (assimilatie).

In dit artikel zal kort de geschiedenis van het sociaal adaptief gedrag worden beschreven en zal het belang van het sociaal adaptatievermogen worden aangegeven.

 

Geschiedenis

Halverwege de vorige eeuw kwam sociale redzaamheid (adaptive behavior) in beeld door het werk van Doll en Gunzburg. In hun ogen bood sociale redzaamheid een beter aanknopingspunt voor orthopedagogisch handelen dan intelligentie. Sociale redzaamheid  gaat namelijk over praktische vaardigheden die onmisbaar zijn voor zelfstandig functioneren in de maatschappij; over “skills of independence” op de gebieden Zelfredzaamheid, Communicatie, Socialisatie en Werk & Vrije Tijd (Occupation).

Doll en Gunzburg publiceerden schalen waarmee sociale redzaamheid gemeten kon worden (Doll publiceerde voor het eerst in  1936 over de Vineland Social Maturity Scale (VSMS) en Gunzburg kwam in 1960 met de Progress Assessment Chart).

Ook in Nederland was door praktijkervaringen met ex-leerlingen van het Buitengewoon Lager Onderwijs (BLO; na 1985 Speciaal Onderwijs) duidelijk geworden, dat sociale vaardigheden belangrijker waren voor succesvolle deelname aan de maatschappij dan intelligentie.

Er is veel onderzoek gedaan naar de relatie tussen intelligentie en sociale redzaamheid. Kraijer en Plas vatten de resultaten als volgt samen: “Sociale redzaamheid en intelligentie zijn afzonderlijke, maar wel in zekere zin samenhangende constructen“.

Het heeft dus zin om bij kinderen, jeugdigen en volwassenen met een verstandelijke beperking behalve intelligentie ook de sociale redzaamheid in kaart te brengen.

 

Benamingen

Voordat de inhoud en betekenis van sociale redzaamheid aan de orde komen, is het goed om even stil te staan bij de benaming.  Kraijer en Plas geven de voorkeur aan sociale redzaamheid als Nederlandse benaming voor adaptive behavior. Zij benadrukken, dat het actieve aspect van sociale redzaamheid voorop moet staan en niet het aanpassen. Als voorbeelden geven zij items uit de SRZ,  SRZ-P en Vineland-Z weer waarin bijvoorbeeld initiatief nemen en het leveren van een bijdrage  genoemd worden. Ponsioen gebruikt de benaming sociaal adaptievermogen. Beide namen dekken dezelfde lading. Er is voor gekozen om in dit artikel de naam sociaal adaptievermogen te gebruiken.

 

DSM-5

Sociale adaptatie bestrijkt in de DSM-5 definitie de volgende drie domeinen:

  1. Het conceptuele/onderwijsdomein betreft o.a. vaardigheden op het gebied van het geheugen, taal, lezen, schrijven, rekenkundig redeneren, het verwerven van praktische kennis, probleem oplossen en het beoordelen van nieuwe situaties.
  2. Het sociale domein betreft o.a. het besef van gedachten, gevoelens en ervaringen van anderen (empathie), interpersoonlijke communicatieve vaardigheden, het vermogen om vriendschap te sluiten en het sociale oordeelsvermogen.
  3. Het praktische domein bevat het leervermogen en zelfmanagement in verschillende levenssituaties, waaronder zelfverzorging, de verantwoordelijkheden van een baan, geldbeheer, vrijetijdsbesteding, zelf reguleren van gedrag en het plannen van taken op school en werk.

Uit deze opsomming blijkt, dat iemand met een verstandelijke beperking over praktische vaardigheden op heel uiteenlopende gebieden moet hebben: van omgaan met geld tot omgaan met andere mensen.

 

Sociaal adaptatievermogen, deelname aan de maatschappij en persoonlijke ontwikkeling

Sociaal adaptievermogen heeft net als sociale redzaamheid een andere connotatie dan zich (passief) aanpassen: jezelf kunnen redden heeft een actieve betekenis, legt de nadruk op wat de persoon zelf kan doen als burger en lid van de samenleving en hoe hij mogelijkheden die maatschappij en samenleven bieden, voor zichzelf kan gebruiken. De theorie van Piaget geeft aan, dat de persoon daarmee zijn cognitieve ontwikkeling verder brengt.

Door zijn deelname aan het maatschappelijk leven en door de omgang met andere mensen bevordert een kind, jeugdige of volwassene met een verstandelijke beperking zijn eigen persoonlijke ontwikkeling. Een geslaagde deelname aan het maatschappelijk en een bevredigend sociaal leven hebben ook een positief effect op gevoelens van autonomie en op het zelfbeeld van de persoon. Dit draagt weer bij aan empowerment en de kwaliteit van diens bestaan.

 

Meer leren over sociale adaptatie bij kinderen en jeugdigen met een verstandelijke beperking?

FORTIOR organiseert in samenwerking met Albert Ponsioen een studiedag over sociale adaptatie bij kinderen en jeugdigen met LVB waarbij sociale adaptatie wordt belicht vanuit een neuropsychologisch perspectief. Wat is sociale adaptatie? Met welke instrumenten kun je sociale adaptatie onderzoeken? Hoe kun je het sociaal adaptatievermogen stimuleren en versterken? Lees meer over deze studiedag>>


Bronnen

Beer Y. de (2016). Kompas Licht Verstandelijke Beperking Definitie, aspecten en ondersteuning. Amsterdam: Uitgeverij SWP. https://pdf.swphost.com/inkijkpagina/850642.pdf

Kraijer, D. W. & Plas, J.J. (2006). Handboek psychodiagnostiek en beperkte begaafdheid. Amsterdam: Harcourt Assessment BV.

Ponsioen, A. (2014). Adaptatie. In J. de Bruijn, W Buntinx & B. Twint (Red), Verstandelijke beperking: definitie en context. Amsterdam: uitgeverij SWP.

Ponsioen, A. (2017). Emotionele ontwikkeling, sociale ontwikkeling en adaptatie. In J. de Bruijn, J. Vonk, A. van den Broek en B. Twint (Red), Handboek emotionele ontwikkeling en verstandelijke beperking. Amsterdam: Boom uitgevers.

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van nieuwe trainingen en ontwikkelingen

Aanmelden nieuwsbrief