Aantal keer bekeken: 60 views
Wanneer mag je als zorgprofessional twijfelen aan de wilsbekwaamheid van een cliënt? En wanneer moet je dit formeel laten beoordelen? In de praktijk blijken deze vragen vaak lastiger dan gedacht. Wilsbekwaamheid is namelijk geen zwart-wit begrip, maar vraagt zorgvuldige afwegingen, kennis en vooral: oog voor de cliënt zelf. In deze blog lees je wanneer een formele beoordeling nodig kan zijn en welke alternatieven er zijn.
Een verstandelijke beperking betekent niet automatisch dat iemand wilsonbekwaam is. In principe gaat de hulpverlener ervan uit dat een cliënt wilsbekwaam is. Wilsbekwaamheid draait bovendien niet zozeer om iemands wíl, maar om de vaardigheden om een weloverwogen beslissing te kunnen nemen.
Beslissingen worden daarom in principe door de cliënt zelf genomen, eventueel met ondersteuning van een begeleider of verwant. Daarbij moet de begeleider rekening houden met het belevingsperspectief en het bevattingsvermogen van de cliënt. Het gebruik van begrijpelijke taal, het stap voor stap aanbieden van informatie en het inzetten van hulpmiddelen zijn belangrijke manieren om de cliënt optimaal te betrekken.
Vooral wanneer een beslissing geen ernstige gevolgen heeft, moet een cliënt zoveel mogelijk vrijheid krijgen om zelf keuzes te maken — ook wanneer de beslisvaardigheden beperkt zijn. Die ‘probeerruimte’ is essentieel voor ontwikkeling en groei.
Het inschatten van wilsbekwaamheid hoort bij het dagelijkse werk van zorgverleners. Begeleiders bepalen voortdurend – vaak onbewust – of een cliënt ondersteuning nodig heeft bij keuzes. Scholing, coaching en voorlichting kunnen helpen om dit proces bewuster en consistenter te laten verlopen.
In sommige gevallen is een formele, expliciete beoordeling door een arts of gedragswetenschapper noodzakelijk.
Een wilsbekwaamheidsbeoordeling is ingrijpend voor een cliënt. Ze kan frustratie oproepen en de vertrouwensrelatie met de zorgprofessional onder druk zetten.
Daarom is het essentieel dat een beoordeling niet op onjuiste gronden wordt uitgevoerd en alleen wordt ingezet wanneer deze daadwerkelijk bijdraagt aan de oplossing van een probleem. De uitkomst moet dus handelingsperspectief bieden.
Een formele beoordeling kan worden overwogen wanneer:
De Skilz-werkgroep die de handreiking Beslisvaardigheid en wilsbekwaamheid ontwikkelde, adviseert om zeer terughoudend te zijn met formele beoordelingen. Alternatieven verdienen de voorkeur wanneer dat mogelijk is.
Denk daarbij aan vragen als:
Het versterken van beslisvaardigheden zou bij voorkeur structureel onderdeel zijn van de begeleiding. En niet alleen op het moment dat een belangrijke beslissing voorligt. Dit kan onder andere door:
Als een formeel onderzoek onvermijdelijk is, moet dit zorgvuldig worden uitgevoerd. Een arts of gedragsdeskundige doorloopt daarbij een gestructureerd proces. Het simpelweg invullen van een afvinklijst is nooit voldoende: het beoordelen van wilsbekwaamheid vraagt oefening, ervaring en reflectie, bijvoorbeeld via supervisie en intervisie.
Er bestaan nog maar weinig instrumenten voor het beoordelen van wilsbekwaamheid. Voor medische beslissingen zijn twee wetenschappelijk onderbouwde methoden beschikbaar:
Beide instrumenten zijn vertaald naar het Nederlands en bewerkt voor gebruik bij kinderen.
Verder zijn er handreikingen en hulpmiddelen die zorgprofessionals kunnen ondersteunen:
FORTIOR organiseert samen met Chris den Besten een online cursus over het beoordelen van wilsbekwaamheid en het omgaan met wettelijke vertegenwoordiging. In deze training leer je:
📍 Meer informatie over deze cursus vind je hier.
Bronnen:
NVO Handreiking beoordeling wilsbekwaamheid
Skilz handreiking beslisvaardigheid en wilsbekwaamheid