Aantal keer bekeken: 130 views
Stereotiep en zelfverwondend gedrag komt veel voor bij kinderen met een visuele én verstandelijke beperking. Dit gedrag verdwijnt meestal niet vanzelf en kan grote gevolgen hebben voor het welzijn, ontwikkeling en de gezondheid van het kind én zijn omgeving.
Bij Bartiméus is de afgelopen jaren, in samenwerking met de academische werkplaats Affect-us, een praktijkonderzoek gedaan naar deze problematiek. Het doel: beter begrijpen hoe dit gedrag ontstaat, en onderzoeken of en hoe we het kunnen voorkomen of beïnvloeden. De resultaten zijn gebundeld in het boek “Begrijp je me goed?” dat op 15 oktober 2025 verschijnt en wordt gepresenteerd tijdens een speciale studiemiddag. In deze blog lees je alvast meer over het onderwerp en het onderzoek.
Herhalend gedrag is normaal bij jonge kinderen. Het helpt hen om grip te krijgen op de wereld. Voor blinde en slechtziende kinderen is herhaling nog belangrijker, omdat zij meer tijd nodig hebben om hun omgeving te leren begrijpen. Wat voor hen een speelse manier is om te ontdekken, kan voor buitenstaanders verwarrend lijken.
Soms gaat onschuldig herhalend gedrag over in stereotiep gedrag: hardnekkige, automatische handelingen die moeilijk te stoppen zijn. Denk aan wiegen, ogen wrijven, handen wapperen, of met het hoofd schudden. Goed observeren helpt om onderscheid te maken tussen het speelse herhalend, ontdekkend gedrag en stereotiep gedrag.
Milde gedragingen kunnen uitgroeien tot hardnekkig stereotiep gedrag, en uiteindelijk zelfs tot zelfverwonding. Daarom is het belangrijk om al vroeg alert te zijn. Zodra dit gedrag een patroon wordt, is het moeilijk te doorbreken.
Zelfverwondend gedrag bestaat uit herhaalde, vaak ritmische handelingen die pijn of schade veroorzaken. Denk aan bonken, bijten of zichzelf slaan. Zonder bescherming kan dit ernstige gevolgen hebben: open wonden, littekens, gehoorschade of zelfs blijvende schade aan de ogen.
Er zijn verschillende mogelijke oorzaken voor stereotiep en zelfverwondend gedrag:
Zelfverwondend gedrag ontstaat vaak geleidelijk. Eerst is er stereotiep gedrag, dat onder bepaalde omstandigheden kan overgaan in zelfverwonding. Vervolgens wordt dit gedrag in stand gehouden door positieve of negatieve reacties uit de omgeving. In sommige gevallen raakt het kind gewend aan de vrijkomende endorfines, waardoor het gedrag zelfs een verslavend effect krijgt.
Bij oudere kinderen kan dit gedrag ook gepaard gaan met agressie, zoals spugen, slaan of bijten – gericht op zichzelf of anderen.
Kinderen met een visuele en verstandelijke beperking zijn sterk afhankelijk van een veilige, voorspelbare omgeving. Het is belangrijk dat opvoeders leren om de signalen van het kind goed te lezen en af te stemmen op diens tempo en behoeften. Door een sterke gehechtheidsrelatie en goede communicatie kan het kind zich beter ontwikkelen en is er meer kans om problematisch gedrag te voorkomen.
Het doel moet niet zijn om stereotiep gedrag simpelweg af te leren, maar om het welzijn van het kind te vergroten. Een positieve opvoedingssituatie en verbondenheid met opvoeders spelen daarbij een sleutelrol.
In het onderzoek is gewerkt met het Stap-voor-Stap model, een praktische methode om gedrag systematisch te begrijpen en te beïnvloeden. Het model bestaat uit acht stappen:
Dit boek legt uit dat zogenaamd probleemgedrag bij kinderen met een visuele en verstandelijke beperking vaak voortkomt uit niet begrepen worden. Download het boek hier
Bron
Sterkenburg, P., van den Broek, E., van Eijden, A., Straus, M-L., Dekkers-Verbon, P., & Doornbos, N. (2025). Begrijp je me goed? Stereotiep en zelfverwondend gedrag bij jonge kinderen met een visuele en verstandelijke beperking. Bartiméus Reeks, Zeist. ISBN: 978-94-91838-97-2