Na een SEO-R²-afname ontstaat vaak een nieuwe vraag. De emotionele ontwikkeling is in beeld gebracht en de uitkomsten geven waardevolle informatie. Maar wat betekenen deze inzichten voor de dagelijkse begeleiding?
Veel professionals herkennen dit moment. De Schaal voor Emotionele Ontwikkeling-Revised² (SEO-R²) helpt om de emotionele ontwikkeling beter te begrijpen, maar hoe vertaal je die informatie naar de dagelijkse praktijk? Welke uitkomsten verdienen daarbij de meeste aandacht? En hoe kunnen ze richting geven aan het contact met de cliënt? Juist bij die vragen kan het model en methode van De Draad een waardevolle aanvulling zijn.
Het is niet noodzakelijk om een SEO-R² af te nemen om met De Draad te werken. Wanneer er wel een SEO-R²-afname beschikbaar is, biedt deze waardevolle aanknopingspunten voor het begrijpen van de cliënt en het afstemmen van de begeleiding. In deze blog lees je:
- Waarom de SEO-R² en De Draad elkaar aanvullen
- Waarom dynamiek belangrijker is dan een fase
- Hoe De Draad kijkt naar sterke en kwetsbare draden
- Welke domeinen extra informatie geven
- Hoe je deze inzichten kunt gebruiken in de dagelijkse begeleiding
Inzicht is het vertrekpunt
Een SEO-R²-afname levert veel waardevolle informatie op over de emotionele ontwikkeling van een cliënt. Maar informatie alleen verandert de begeleiding nog niet.
De vraag is daarom niet alleen wat de uitkomsten zijn, maar vooral wat zij betekenen voor de dagelijkse praktijk. Pas wanneer professionals begrijpen welke emotionele behoeften achter het gedrag schuilgaan en wat dit vraagt van hun eigen handelen, krijgen de uitkomsten van de SEO-R² werkelijk betekenis.
Het model en methode van De Draad helpt om die vertaalslag te maken. Niet door de aandacht uitsluitend te richten op ontwikkelingsfasen, maar vooral door te kijken naar de verbinding tussen de cliënt en de mensen om hem heen. Juist in die relatie ontstaat ruimte om de begeleiding beter af te stemmen op wat iemand nodig heeft.
Wat is het model en methode van De Draad?
Het model en methode van De Draad is ontwikkeld door de Vlaamse orthopedagoog Gerrit Vignero. Vanuit de ontwikkelingspsychologie en ontwikkelingspedagogiek ontwikkelde hij een model dat professionals helpt om ontwikkelingsvragen beter te begrijpen én deze te vertalen naar de dagelijkse begeleiding.
De Draad is daarbij meer dan een indeling van ontwikkelingsstappen. De draad is een metafoor voor de hechtingsrelatie en de verbinding tussen mensen. Die verbinding ontwikkelt zich stap voor stap en vormt een belangrijke basis voor veiligheid, vertrouwen en verdere ontwikkeling.
Juist daarin onderscheidt De Draad zich. Niet alleen de ontwikkeling van de cliënt staat centraal, maar ook de kwaliteit van de relatie met ouders, begeleiders en andere belangrijke zorgfiguren.
Daardoor helpt De Draad professionals niet alleen om gedrag beter te begrijpen, maar vooral om te ontdekken welke vorm van afstemming een cliënt op dat moment nodig heeft.
Kijk niet alleen naar de fase, maar naar de dynamiek
Het komt regelmatig voor dat professionals zeggen:
"Deze cliënt zit in fase 1."
Zo'n uitspraak klinkt logisch, maar doet geen recht aan hoe emotionele ontwikkeling volgens de ontwikkelingsdynamische benadering wordt gezien. Ontwikkeling is geen vaststaand gegeven. Ze is voortdurend in beweging en kan verschillen tussen situaties, relaties en ontwikkelingsdomeinen.
Bianca de Groot verwoordt dat treffend:
"Een emotionele ontwikkelingsfase is geen stoel; je kunt er niet in zitten."
Binnen De Draad worden de uitkomsten van de SEO-R² daarom niet gebruikt om iemand vast te zetten in een fase. De nadruk ligt juist op de dynamiek.
- Welke ontwikkelingsgebieden zijn sterk ontwikkeld?
- Waar liggen kwetsbaarheden?
- Welke verschillen zie je tussen de verschillende domeinen?
- En zijn er verschillen tussen hoe ouders en begeleiders de cliënt beleven?
Juist deze verschillen nodigen uit om verder te kijken. Waarom ervaren ouders en begeleiders dezelfde cliënt anders? Welke invloed heeft de relatie daarop? En wat betekent dat voor de ondersteuning?
Een praktijkvoorbeeld
Hoe ziet deze manier van kijken er in de praktijk uit?
Gerrit Vignero beschrijft in zijn boek het voorbeeld van Klaas, een jongen van vijftien jaar. De globale inschatting van zijn emotionele ontwikkeling ligt vooral rond fase 3. Hij beschikt over een sterke wil, toont veel doorzettingsvermogen en neemt graag zelf initiatief. Ook op het gebied van spel, vrije tijd en het omgaan met materialen laat hij veel mogelijkheden zien.
Toch herkennen begeleiders dit beeld niet altijd.
Zij ervaren dat Klaas regelmatig om hun aandacht blijft cirkelen. Soms lijkt hij de verbinding met hen kwijt te raken. Op zulke momenten kan hij overspoeld worden door emoties, agressief reageren of zich juist volledig terugtrekken.
Op het eerste gezicht lijken deze observaties moeilijk met elkaar te rijmen. Maar juist hier laat De Draad zijn meerwaarde zien.
In plaats van één ontwikkelingsfase centraal te stellen, kijkt De Draad naar de verschillende draden die zichtbaar worden. De sterke ontwikkelingsgebieden vormen de sterke draden. Tegelijkertijd laten de meer kwetsbare ontwikkelingsgebieden zien waar extra afstemming nodig is.
Voor Klaas betekent dit bijvoorbeeld dat begeleiders leren herkennen wanneer zijn draagkracht afneemt, wanneer hij behoefte heeft aan herstelmomenten en wanneer het helpend is om het tempo tijdelijk te verlagen.
De SEO-R² helpt om de emotionele ontwikkeling beter in beeld te brengen. De Draad helpt vervolgens om te begrijpen wat deze inzichten betekenen voor de dagelijkse begeleiding.
De relatie maakt het verschil
Een belangrijk uitgangspunt binnen het model en methode van De Draad is dat iedere relatie uniek is. Dat zie je ook terug bij de afname van de SEO-R². Ouders en begeleiders kunnen dezelfde cliënt soms heel verschillend beoordelen. Op het eerste gezicht lijkt dat misschien verwarrend. Hoe kan het dat dezelfde cliënt zo verschillend wordt ervaren?
Binnen De Draad worden deze verschillen niet gezien als een probleem dat opgelost moet worden. Integendeel. Ze nodigen uit om nieuwsgierig te blijven.
De verschillen kunnen waardevolle informatie geven over de relatie die iedere betrokkene met de cliënt heeft opgebouwd. In plaats van te zoeken naar één 'juiste' antwoord, gebruikt Gerrit Vignero deze verschillen als vertrekpunt voor gesprek, reflectie en gezamenlijke afstemming.
Juist daardoor ontstaat vaak een rijker beeld van wat een cliënt nodig heeft dan wanneer alleen naar overeenkomsten wordt gezocht.

Welke domeinen verdienen extra aandacht?
Wanneer je de uitkomsten van een SEO-R² bekijkt vanuit het model en methode van De Draad, zijn niet alle domeinen even informatief. Sommige onderdelen geven juist extra inzicht in de kwaliteit van de verbinding tussen de cliënt en de mensen om hem heen.
Daarbij gaat het vooral om de volgende domeinen:
- omgang met belangrijke anderen;
- beleving van zichzelf in interactie met de omgeving;
- angsten;
- affectdifferentiatie;
- agressieregulatie;
- affectregulatie.
Juist deze domeinen helpen om beter te begrijpen hoe een cliënt relaties beleeft, spanning ervaart en ondersteuning ontvangt. Daarmee bieden ze waardevolle aanknopingspunten om de begeleiding beter af te stemmen op wat iemand op dat moment nodig heeft.
Een praktisch werkschema
Wil je de inzichten uit deze blog direct toepassen in de praktijk? Dan kan het werkschema van Gerrit Vignero een handig hulpmiddel zijn. Het schema helpt professionals om de uitkomsten van de SEO-R² stap voor stap te duiden en te gebruiken bij het afstemmen van de dagelijkse begeleiding.
Download dan hier het werkschema
Van begrip naar betere afstemming
De SEO-R² en het model en methode van De Draad hebben ieder een eigen doel, maar vullen elkaar op een natuurlijke manier aan.
De SEO-R² helpt om de emotionele ontwikkeling van een cliënt beter in beeld te brengen. De Draad helpt vervolgens om deze inzichten betekenis te geven binnen de relatie tussen cliënt en begeleider en laat zien hoe zij richting kunnen geven aan de dagelijkse begeleiding.
Daardoor ontstaat niet alleen meer begrip voor het gedrag van een cliënt, maar ook meer houvast bij het maken van keuzes in de praktijk. En juist dat helpt professionals om hun begeleiding beter af te stemmen op wat iemand op dat moment nodig heeft.
Wil je meer leren over De Draad?
Misschien herken je tijdens het lezen situaties uit je eigen praktijk. Of ben je nieuwsgierig geworden naar de manier waarop De Draad helpt om de uitkomsten van de SEO-R² betekenis te geven voor de dagelijkse begeleiding.
Wil je je verder verdiepen in het model en methode van De Draad? Dan is het boek Ontwarring en ordening van de draad. Verbindend werken met cliënten met probleemgedrag van Gerrit Vignero een waardevolle bron.
Ben je benieuwd hoe je De Draad kunt toepassen in je eigen praktijk? Bekijk dan de tweeënhalfdaagse scholing van Gerrit Vignero en ontdek hoe je de inzichten uit de SEO-R² kunt gebruiken om de begeleiding nog beter af te stemmen op wat een cliënt nodig heeft.
Bron:
Vignero, G. (2017). Ontwarring en ordening van de draad. Verbindend werken met cliënten met probleemgedrag. Antwerpen/Apeldoorn: Garant.