Aantal keer bekeken: 2225 views
Binnen de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking wordt het belang van de relatie tussen begeleiders en cliënten steeds meer erkend. Toch is het niet vanzelfsprekend dat begeleiders zich warm, invoelend en respectvol blijven opstellen wanneer zij te maken krijgen met ernstig probleemgedrag.
GZ-psycholoog Arno Willems deed promotieonderzoek naar interacties tussen cliënten en begeleiders, en ontwikkelde daarnaast een instrument om interactiegedrag te meten. Op basis van zijn bevindingen formuleert hij aanbevelingen voor het empoweren van begeleiders, zodat zij – ook in moeilijke situaties – liefdevolle zorg kunnen blijven bieden.
In het onderzoek van Willems namen meer dan 1.000 begeleiders en 300 cliënten met verstandelijke beperkingen en gedragsproblematiek deel. De focus lag op het analyseren van het interpersoonlijk gedrag van begeleiders en de dynamiek van interactiepatronen: hoe beïnvloeden begeleiders en cliënten elkaar over en weer?
Hieronder lichten we enkele belangrijke factoren toe die de interactie beïnvloeden:
Interacties tussen cliënten en begeleiders worden mede gevormd en in stand gehouden door wederzijdse bekrachtiging – positief én negatief.
Na verloop van tijd passen mensen hun gedrag aan op dat van de ander. Zo blijkt dat begeleiders in reactie op externaliserend gedrag (bijvoorbeeld agressie of grensoverschrijdend gedrag) vaker beheersmatig en onvriendelijk reageren.
Opvallend is dat bij internaliserend gedrag (zoals teruggetrokkenheid of passiviteit) begeleiders juist vaker vriendelijk en geduldig blijven.
De manier waarop begeleiders denken over de oorzaken van probleemgedrag, en in hoeverre zij de cliënt daar verantwoordelijk voor achten, beïnvloedt hun houding.
Zo zijn begeleiders gemiddeld genomen vijandiger en minder empathisch naar mensen met een lichte verstandelijke beperking, dan naar cliënten met ernstige beperkingen.
Dit benadrukt het belang van reflectie op onderliggende aannames in de bejegening.
Het onderzoek laat zien dat interpersoonlijk gedrag van begeleiders sterk wordt beïnvloed door hun persoonlijke en sociale eigenschappen, zoals:
Om begeleiders te ondersteunen ontwikkelde Willems het ITCCT-model: Interactie Training, Coaching en Consultatie voor Teams.
De eerste stap hierin is het (her)definiëren van het probleem: niet spreken over ‘uitdagend gedrag van de cliënt’, maar over een uitdagende relatie.
Om interactiegedrag van begeleiders inzichtelijk te maken, ontwikkelde Willems het meetinstrument SIG-B – een betrouwbaar en valide screeningsinstrument.
Vervolgens gaan begeleiders samen met coaches in gesprek over de factoren die hun bejegening beïnvloeden. Ze worden ondersteund in het vinden van alternatieve manieren van reageren.
Het ITCCT-model bestaat uit:
Willems benadrukt dat gedragsverandering niet alleen van begeleiders gevraagd mag worden, maar ook van teams en organisaties als geheel. Er is bovendien meer onderzoek nodig naar een kortere versie van het screeningsinstrument, zodat toepassing in de praktijk laagdrempeliger wordt.
Ook in België is praktijkgericht onderzoek gedaan naar teamcoaching bij probleemgedrag. Hieruit blijkt dat coaching on the job zeer effectief is.
In 2016 verscheen het praktijkboek Emotionele ontwikkeling in verbinding, waarin een methode wordt beschreven die uitgaat van:
Bij de methode hoort ook een ondersteunend gezelschapsspel voor begeleiders: Mentemo.
In samenwerking met Arno Willems organiseert FORTIOR een tweedaagse post-master Train-de-trainercursus voor gedragsdeskundigen.
Deze cursus richt zich op:
👉 Schrijf je hier in voor de cursus >>
Bron
Willems, A. (2016). Challenging Relationships. Staff interactions in supporting persons with intellectual disabilities and challenging behaviour. (Proefschrift)